Wat is de subsidie voor werkplekleren?
De subsidie werkplekleren, officieel de Subsidieregeling Praktijkleren (SPL), is een financiële tegemoetkoming van de overheid voor werkgevers die een leer-werkplek aanbieden aan studenten in erkende duale opleidingen. De regeling vergoedt een deel van de begeleidingskosten die een werkgever maakt wanneer een leerling of student een substantieel deel van zijn opleiding bij het bedrijf volgt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de SPL, van de doelgroep en het subsidiebedrag tot de aanvraagprocedure en slimme combinaties met andere regelingen.
Voor welke werkgevers is de subsidie werkplekleren bedoeld?
De Subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld voor werkgevers die een erkende leer-werkplek aanbieden binnen een BBL-opleiding op mbo-niveau 1 tot en met 4, een duale hbo-opleiding, een Associate degree in een duaal traject, of bepaalde landbouwopleidingen met een praktijkdeel van minimaal 610 klokuren. Ook werkgevers die promovendi of technologisch ontwerpers begeleiden, komen in aanmerking.
De regeling geldt voor werkgevers in alle sectoren, van zorg en onderwijs tot logistiek en zakelijke dienstverlening. Er is geen minimale bedrijfsomvang vereist. Wel gelden er twee belangrijke voorwaarden:
- Het leerbedrijf moet erkend zijn door een Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).
- Die SBB-erkenning moet geldig zijn gedurende de volledige periode waarvoor je subsidie aanvraagt. Verlies je de erkenning tussentijds, dan vervalt het subsidierecht over die periode.
Werkgevers die alleen een BOL-stage (Beroepsopleidende Leerweg) aanbieden zonder arbeidsovereenkomst, reguliere stages zonder formele leerovereenkomst, of leerwerktrajecten buiten erkende opleidingen, komen niet in aanmerking voor de SPL.
Welke activiteiten vallen onder werkplekleren?
Werkplekleren in de context van de SPL omvat alle begeleide praktijkactiviteiten die een leerling of student bij de werkgever uitvoert als onderdeel van een erkende duale opleiding. De leerling werkt het grootste deel van de week bij het leerbedrijf en volgt daarnaast een beperkt aantal dagen onderwijs op school.
Concreet gaat het om de volgende erkende opleidingsvormen:
- BBL (Beroepsbegeleidende Leerweg): de leerling is minimaal vier dagen per week werkzaam bij het leerbedrijf en minimaal één dag per week op school.
- Duale hbo-opleidingen: de student werkt minimaal drie dagen per week bij de werkgever.
- Associate degree in een duaal traject: vergelijkbaar met de duale hbo-structuur.
- Landbouwopleidingen: met een praktijkdeel van minimaal 610 klokuren.
- Promovendi en technologisch ontwerpers: voor deze groep is geen Crebo- of RIO-nummer vereist.
De activiteiten die je als werkgever uitvoert en die onder de subsidie vallen, zijn met name de begeleiding van de leerling op de werkvloer. Denk aan het inwerken, het begeleiden van praktijkopdrachten en het voeren van voortgangsgesprekken. De subsidie compenseert de tijd en middelen die je daarvoor inzet.
Hoeveel subsidie kan een werkgever ontvangen?
Het maximale subsidiebedrag via de Subsidieregeling Praktijkleren bedraagt 2.700 euro per gerealiseerde praktijkleerplaats per studiejaar. Dit is een vast maximumbedrag; het werkelijke bedrag kan lager uitvallen als het beschikbare budget wordt verdeeld over meer aanvragen dan voorzien.
De hoogte van de uiteindelijke vergoeding hangt af van twee factoren. Ten eerste het totale beschikbare budget dat de overheid voor dat aanvraagjaar heeft vastgesteld. Ten tweede het aantal goedgekeurde aanvragen dat jaar. Als er meer aanvragen worden gehonoreerd dan het budget toelaat, wordt het bedrag per leerplaats naar rato verlaagd. In de praktijk ligt de vergoeding daardoor soms onder het maximum van 2.700 euro.
Voor promovendi en technologisch ontwerpers gelden aparte subsidieplafonds die per aanvraagronde kunnen verschillen. Het is verstandig om de actuele budgetten en plafonds te controleren via de website van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), de uitvoeringsorganisatie van de SPL.
Hoe vraag je de subsidie werkplekleren aan?
Je vraagt de Subsidieregeling Praktijkleren aan via het online portaal van RVO. De aanvraagperiode loopt jaarlijks van 2 juni tot en met 15 september na afloop van het studiejaar. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen. Er is geen mogelijkheid tot verlate indiening en bezwaar op grond van termijnoverschrijding wordt niet gehonoreerd.
Voor een succesvolle aanvraag heb je de volgende gegevens nodig:
- Je SBB-erkenningsnummer en de bevestiging dat de erkenning geldig was gedurende het studiejaar.
- De naam en het Crebo- of RIO-nummer van de opleiding (niet vereist voor promovendi en technologisch ontwerpers).
- De gegevens van de leerling of student, inclusief de periode van de praktijkplaats.
- Een kopie van de leer-arbeidsovereenkomst of praktijkovereenkomst.
RVO streeft ernaar om beschikkingen vóór 31 december van het aanvraagjaar te versturen. Het is verstandig om de aanvraag zo vroeg mogelijk in de aanvraagperiode in te dienen en alle documentatie vooraf op orde te hebben, zodat je geen risico loopt op een incomplete aanvraag vlak voor de deadline.
Wat zijn de verplichtingen na toekenning van de subsidie?
Na toekenning van de Subsidieregeling Praktijkleren ben je als werkgever verplicht om de leer-werkplek gedurende de afgesproken periode daadwerkelijk en kwalitatief in te vullen. De subsidie is gekoppeld aan de gerealiseerde praktijkleerplaats, niet aan een intentie. Dit betekent dat je de begeleiding aantoonbaar moet hebben geleverd.
De belangrijkste verplichtingen zijn:
- SBB-erkenning behouden: verlies je de erkenning tijdens het studiejaar, dan vervalt het subsidierecht over die periode automatisch.
- Administratie bijhouden: bewaar de leer-arbeidsovereenkomst, aanwezigheidsregistraties en begeleidingsverslagen. RVO kan achteraf om bewijs vragen.
- Wijzigingen doorgeven: als de leerling voortijdig stopt of de opleidingsvorm wijzigt, heeft dit gevolgen voor de subsidie. Geef dit tijdig door.
- Terugbetaling bij onjuiste aanvraag: als achteraf blijkt dat de aanvraag onjuist of onvolledig was, kan RVO de subsidie terugvorderen.
Een goede administratie is daarmee geen bijzaak, maar een directe voorwaarde voor het behoud van de subsidie.
Welke andere regelingen combineren goed met werkplekleren?
De Subsidieregeling Praktijkleren combineert goed met andere werkgeversregelingen, met name het Loonkostenvoordeel (LKV) en de no-riskpolis van UWV. Samen verlagen deze regelingen de financiële drempels voor werkgevers om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te begeleiden.
Een overzicht van relevante combinaties:
- Loonkostenvoordeel (LKV): als een BBL-leerling behoort tot een doelgroep zoals jonge werknemers of mensen uit het doelgroepregister, kun je naast de SPL ook LKV aanvragen. Dit levert een extra financieel voordeel op per gewerkt uur.
- No-riskpolis: als een leerling of werknemer in het doelgroepregister staat, een Wajong-uitkering heeft of een WSW-achtergrond heeft, geldt de no-riskpolis. Dit betekent dat je bij ziekte van deze medewerker een Ziektewet-uitkering van UWV ontvangt en geen hogere premies betaalt. Dit maakt het financieel aantrekkelijker om ook kwetsbare doelgroepen een leer-werkplek te bieden.
- SLIM-subsidie: voor mkb-bedrijven die investeren in leren en ontwikkelen kan de SLIM-subsidie aanvullend interessant zijn, al gelden daarvoor aparte voorwaarden en aanvraagperiodes.
Het combineren van regelingen vraagt om een goede administratieve basis. Zorg dat je per werknemer of leerling weet welke regelingen van toepassing zijn en dat de benodigde documentatie tijdig beschikbaar is.
Hoe wij helpen met de Subsidieregeling Praktijkleren
De Subsidieregeling Praktijkleren biedt werkgevers een concrete financiële tegemoetkoming, maar het realiseren van dat voordeel vraagt om nauwkeurige administratie, tijdige aanvragen en een goed overzicht van alle relevante regelingen. Precies daar helpen wij je bij.
Ons platform ondersteunt je bij het volledig benutten van werkgeversvoordelen en subsidie-diensten zoals de SPL door:
- Automatische signalering van medewerkers en leerlingen die in aanmerking komen voor de SPL of aanvullende regelingen zoals het LKV of de no-riskpolis.
- Digitale controles op SBB-erkenning en andere compliance-vereisten, zodat je subsidierecht niet onverwacht vervalt.
- Slimme koppelingen met HR- en salarissystemen zoals AFAS, zodat relevante gegevens altijd actueel en beschikbaar zijn voor aanvragen en verantwoording.
- Overzichtelijke rapportages die je helpen om de aanvraagdeadline van 15 september elk jaar zonder stress te halen.
Wil je weten welke werkgeversvoordelen jouw organisatie nu laat liggen? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.